Er kunnen twee dingen van mijn bucketlist af: een publieksevent over wetenschap buiten een universiteitsstad en een bijeenkomst voor mensen die net zo over wetenschapscommunicatie denken als ik. Wat deze gebeurtenissen deelden? Intrinsieke motivatie.

9 november 2016. Dat was de dag waarop het belang van wetenschapscommunicatie tot mij doordrong. Met de verkiezing van Donald Trump brak een nieuw hoofdstuk in mijn carrière aan. Voor miljoenen mensen was het geen bezwaar dat hij de feiten aan zijn laars lapte en frontaal de aanval opende op wetenschap, rechtsspraak en media. Ik vreesde dat het in eigen land niet veel beter gesteld was. Wetenschapscommunicatie was niet langer een goed excuus om mijn nieuwsgierigheid te botvieren, het werd een missie.

Idealisme

Wetenschapscommunicatie is mijn manier om bij te dragen aan een betere wereld. Ik denk dat begrip van hoe wetenschap werkt, kan helpen om in te zien waarom een IPCC-rapport meer waarde heeft dan de ontkenning die je via Facebook, van over de heg of van een politicus op zoek naar kiezers tot je krijgt. Als je wetenschappers in levende lijve ontmoet, wordt het een stuk moeilijker om complottheorieën over hun cultuurmarxistische agenda te blijven geloven. En andersom leren wetenschappers van de confrontatie met het publiek aan welke kennis behoefte is.

Mijn idealisme wordt door een handjevol anderen gedeeld op de bijeenkomsten voor professionals in de wetenschapscommunicatie die ik afloop. Als je alle experts in het land bij elkaar hebt in een ruimte, dan zou je die niet mogen verlaten voordat je oplossingen hebt bedacht. De aard van de bijeenkomsten bleef helaas als vanouds: bijpraten met oude bekenden tijdens de lunch, koffiepauze en borrel. Workshops, sessies en lezingen waren slechts vermaak. En bij terugkeer op het eigen eiland weer verdergaan op de oude, vertrouwde manier. Herhaaldelijk deelde ik tijdens de sessies de gangen met andere outsiders (voornamelijk journalisten en redacteuren) die zich eveneens afvroegen wat ze er deden.

Verdwaalde wetenschappers

Sinds een paar jaar heb ik de regel dat ik dit soort bijeenkomsten alleen bezoek als ik zelf op het programma sta. En dan werk ik steevast aan mijn geheime agenda: de emancipatie van de wetenschapscommunicatie (het rijmt nog ook). Daarmee bedoel ik wetenschappers zelf direct in contact brengen met het publiek. Mijn voorstellen stuitten steevast op scepsis. ‘Alsof je dit gaat oplossen met een paar videoblogs,’ reageerde een toehoorder. Iemand anders: ‘Wetenschappers hebben echt wel wat beters te doen.’ En: ‘Als wetenschappers het zelf gaan doen, worden bedrijven als het onze overbodig.’

Bijval komt vrijwel uitsluitend van de verdwaalde wetenschappers die dit soort bijeenkomsten bezoeken. Met hen deel ik mijn idealisme en de lol in het experimenteren met nieuwe vormen. Dat gold ook voor de panelleden en bezoekers van de discussie over bloggen die ik op Bessensap organiseerde. Volkskrantjournalist Maarten Keulemans zat in de zaal. Hij verwoorde in een column zijn verontwaardiging over het ontbreken van beloning voor bloggende wetenschappers.

Vibe

De column van Maarten bracht Marten van der Meulen, Jona Lendering, Marc van Oostendorp en mijzelf samen. We organiseerden afgelopen woensdag het eerste symposium voor wetenschapsbloggers. Voor meer over de inhoud verwijs ik graag naar de stukken van MartenMarc en Jona. Tekenend was dat ik niet als enige spreker de verkiezing van Donald Trump aanhaalde in de inleiding. Het was een openbaring dat er meer mensen zijn voor wie wetenschapscommunicatie een niet te stoppen drang is, die voortkomt uit maatschappelijk engagement en plezier in het vak. Intrinsieke motivatie was de gemene deler. Dat kan eigenlijk ook niet anders, omdat extrinsieke motivatie bij de meeste aanwezigen volledig ontbreekt. Ze bloggen in hun eigen tijd, op eigen risico en op eigen kosten.

Hermen Visser tijdens Wetenschapsbloggers 2019

Ik probeer wetenschappers te overtuigen een podcast te beginnen (Foto: Willemien Groot)

Dezelfde vibe heerste ook tijdens het eerste live-event van Wetenschap.nu. In Almere gaven een psychiater, een farmacoloog, een biofysicus en een bewegingswetenschapper hun perspectief op het onderwerp slapen. Voor mij heeft Almere als onaantrekkelijke, niet-universiteitsstad absolute meerwaarde (het is nog net geen Drachten, Emmen of Purmerend). Optredens van wetenschappers zijn er spaarzaam, maar er is wel behoefte aan kennis.

Bij navraag bleek een groot deel van de aanwezigen er te zijn vanwege hun slaapproblemen. Dit leidde tot prangende vragen uit het publiek na de praatjes en tijdens de borrel. Ik zie dit als wetenschapscommunicatie in de zuiverste vorm. Bezoekers krijgen antwoorden op hun vragen, wetenschappers raken geïnspireerd en leren hun werk door de ogen van het publiek zien. En ook hier was intrinsieke motivatie de verbindende factor. De bezoekers waren er uit nieuwsgierigheid (sommigen uit nood), de sprekers en wijzelf waren er omdat ze het leuk en belangrijk vonden.

Vrijwilligerswerk

Een verdienmodel had de avond in Almere niet. Betaald kregen de sprekers, organisatoren en bezoekers van het symposium niet. We waren er omdat we het belangrijk en leuk vonden. Misschien is het feit dat externe motieven ontbreken wel waarom deze bijeenkomsten werkten. Dat was ook de grote vraag die op het symposium voor wetenschapsbloggers onbeantwoord bleef: hoe beloon je bloggende wetenschappers voor hun inspanningen zonder een volgende perverse prikkel te creëren? Voor mijzelf als ondernemer is een verwante vraag: hoe krijg je wetenschap bij doelgroepen die commercieel niet aantrekkelijk zijn? Misschien moeten we ons erbij neerleggen dat geëngageerde wetenschapscommunicatie vrijwilligerswerk is.

Hoofdfoto: Bewegingswetenschapper Jan Willem Elkhuizen tijdens Soul & Brains in Almere (Foto: Sven Kraaijenbrink, met toestemming gebruikt)