Home > ARTIKEL > De zomer in mijn bol! Over archeologisch veldwerk en strandvondsten
(Foto: Pixabay)
ARTIKEL

De zomer in mijn bol! Over archeologisch veldwerk en strandvondsten

Het is zomer! Tijd voor Tour de France en vakantie. Voor archeologen is het tijd voor veldwerk. Ik verblijf in Zuid-Afrika om een abri, een ondiepe grot, met bewoningsresten uit de laatste ijstijd op te graven.

Door Gerrit Dusseldorp

Blijft u in Nederland en valt het strandweer tegen? Dan kunt u zelf hele interessante steentijdvondsten doen! Een mooie tijdsbesteding en, vind ik dan toch, erg rustgevend. Mindful heet dat tegenwoordig.

Archeologie is meer dan spelen in de zandbak

Het beeld van archeologen die zomaar een beetje aanklooien in het zand lijkt nog steeds wijdverspreid. Of ik heb hele vileine kennissen die daar grapjes over blijven maken. Maar een goede opgraving heeft echt veel meer voeten in de aarde.

Vindplaatsen zijn het product van veel verschillende processen. Op een archeologische site vinden we geen verleden samenleving waarbij op pauze is gedrukt. Veel steentijdvindplaatsen bestaan alleen uit resten van afval op tijdelijke kampplekken. Men woonde niet in huizen, dus we vinden hoogstens een ingegraven haard of kuil. Soms liggen er gebruiksvoorwerpen. Vaak alleen de stenen voorwerpen, want houten, benen, en leren spullen zijn al lang weggerot.

Voor- en nadat mensen op een plek kampeerden, zijn ze vaak gebruikt door andere dieren. Hyenas bijvoorbeeld, die er botten naartoe brachten of juist de door mensen achtergelaten botten kapot kauwden. Ook kampeerden mensen vaak in de buurt van beken en rivieren en hebben overstromingen de vondsten soms verplaatst. Het menselijke afval ligt dus vaak niet meer exact waar het achtergelaten is.

Op veel steentijdvindplaatsen in Europa zien we aan knaagsporen op botten dat ook hyena’s van deze plekken gebruik maakten.
Op veel steentijdvindplaatsen in Europa zien we aan knaagsporen op botten dat ook hyena’s van deze plekken gebruik maakten. (Foto: Gerrit Dusseldorp)

Om steentijdvindplaatsen echt goed op te graven, meten we alle vondsten groter dan 2 centimeter precies in 3-dimensies in met een robotische theodoliet. Daarnaast meten we van vondsten vaak de oriëntatie (noord, zuid, oost en west) en de hellingshoek. Als vondsten in het verleden bijvoorbeeld door stromend water zijn verplaatst, kunnen we dat zien. De meeste vondsten hebben dan dezelfde oriëntatie. En we zeven alle aarde zodat we ook de kleinste resten kunnen bestuderen.

Veldwerk in Umhlatuzana, KwaZulu-Natal, Zuid Afrika. Op de voorgrond de theodoliet waarmee we de vondsten inmeten, erachter het team dat de stratigrafie (de opeenvolging van bewoningslagen) in de opgravingsput bestudeert.
Veldwerk in Umhlatuzana, KwaZulu-Natal, Zuid Afrika. Op de voorgrond de theodoliet waarmee we de vondsten inmeten. Erachter het team dat de stratigrafie (de opeenvolging van bewoningslagen) in de opgravingsput bestudeert. (Foto: Gerrit Dusseldorp)

Veldwerk: de context is belangrijker dan de vondsten

Bij opgravingen in Nederland is het door tijdsdruk vaak niet mogelijk om steentijdvindplaatsen zo nauwkeurig op te graven. Voor de interpretatie van de vondsten is extra nauwkeurigheid van levensbelang. Gemeentes en opdrachtgevers zouden denk ik vaker nauwkeuriger procedures moeten eisen.

Een opgraving gaat om veel meer dan alleen de vondsten. De context is eigenlijk nog belangrijker dan de spullen. Om die context te begrijpen, nemen we allerhande monsters. Houtskoolmonsters om de vindplaats te dateren bijvoorbeeld. Maar ook verschillende soorten bodemmonsters om te weten hoe de omgeving er vroeger uitzag. Die kunnen we bepalen aan de hand van microscopische plantenskeletjes, zogenoemde fytolieten. We nemen ook slijpplaatjes van de sedimenten zelf, die we onder de microscoop bestuderen. Zo kunnen we zien of dieren de vindplaats hebben verstoord. Als ze er hebben gegraven lang nadat de restanten van menselijke aanwezigheid waren bedolven, zijn de historische bodemafzettingen niet overal hetzelfde. Daarom is veldwerk meer dan een beetje spelen in het zand.

Zelf archeologie bedrijven

Blijft u in Nederland en wilt u zelf aan archeologie doen, dan zijn daar verschillende leuke mogelijkheden voor.

Op de stoel van de conservator
Een nieuw en spannend initiatief is een social media project van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dat heeft een crowdsourcing-platform opgezet waarbij je de conservator kunt helpen bij het onderzoek aan de collectie Prehistorische Europese materialen. Je kunt je registreren via Facebook en hoeft er dus niet eens je huis voor uit!

Fossielen op het strand
Is het geen weer om te zonnen, dan moet je alsnog naar het strand. En wel om fossielen te zoeken. Op verschillende plekken langs de Nederlandse kust is namelijk fossiel-houdend zand uit de Noordzee opgespoten. Na iedere vloed loop je hier kans interessante vondsten te doen.
De Maasvlakte is het beste voorbeeld. Het strand is goed met de auto bereikbaar, al is de rit er naartoe een beetje deprimerend. Mainport Holland is een economische Maginot-linie en ziet er bijna post-apocalyptisch uit.

De weg er naartoe is wat deprimerend, maar je kunt fossielen zoeken op de Tweede Maasvlakte.
De weg er naartoe is wat deprimerend, maar je kunt fossielen zoeken op de Tweede Maasvlakte. (Foto: MaartenB, via Pixabay)

Maar er is één leuke bijvangst van deze white elephant. Als je eenmaal op het strand bent en je blik op de grond richt, kun je veel vinden. Stenen en benen werktuigen bijvoorbeeld, maar ook fossielen van ijstijddieren zoals bizons, rendieren en mammoeten. Er is zelfs een website opgezet waar je experts kunt ontmoeten om je vondsten te laten determineren. En hoewel de context van de vindplaatsen is vernietigd door het opspuiten van het zand, komen er nog steeds wetenschappelijk waardevolle vondsten uit.

Marcel Niekus van de Stichting Stone is een vooraanstaand archeoloog die de vondsten van de Maasvlakte inventariseert. Hij heeft met dit materiaal al verschillende publicaties in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften verzorgd.

Een goed voorbeeld is de recente publicatie van menselijke resten uit de Noordzee. De zee lag tijdens de laatste ijstijd droog en er woonden mensen. Met nauwkeurige datering en geochemisch onderzoek kon de ouderdom en het dieet van de toenmalige bewoners worden vastgesteld. Veel van die resten zijn gevonden op de Maasvlakte.

Er zijn ook vuistbijlen uit exotisch materiaal gevonden. Die vertellen ons bijvoorbeeld meer over het landgebruik en transportgedrag van Neanderthalers. Dus mocht je wat vinden, meldt het dan bij Oervondstchecker, Stichting Stone, of meld je aan voor het archeologisch spreekuur van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Selectie van benen spitsen uit het Mesolithicum (grofweg 12.000 - 6.000 jaar geleden) gevonden op de Maasvlakte. (Foto: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Selectie van benen spitsen uit het Mesolithicum (grofweg 12.000 – 6.000 jaar geleden) gevonden op de Maasvlakte. (Foto: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Vrijwilliger in de archeologie
Wil je niet op de bonnefooi op het strand wandelen, maar bijvoorbeeld meedoen aan een echte opgraving, dan zijn er ook mogelijkheden. De AWN, de Vereniging voor Archeologische Vrijwilligers in Nederland heeft afdelingen door het hele land. Leden van de AWN spelen een belangrijke rol in de archeologische praktijk van ons land. Ze doen mee aan opgravingen, helpen in archeologische depots en voeren soms broodnodige juridische procedures om archeologisch erfgoed te beschermen. Lid worden is gemakkelijk online. Met je lidmaatschap ontvang je Archeologie in Nederland, een belangrijk vakblad waarmee je op de hoogte blijft van de laatste ontwikkelingen.

De kleine lettertjes bij het graven

In Nederland mogen we niet zomaar gaten graven op zoek naar oude resten. Het (archeologisch) erfgoed is van iedereen en daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Vandaar dat in de Erfgoedwet een aantal bepalingen specifiek over archeologie gaat.

Omdat de context zo belangrijk is, is opgraven in Nederland bij wet verboden tenzij het door een gecertificeerde partij gebeurt. Dan nog mag een opgraving in principe alleen als de vindplaats bedreigd wordt. We laten de vindplaatsen namelijk het allerliefst onverstoord in de bodem zitten.

Dat betekent dus dat je niet zomaar in het bos moet gaan spitten in de hoop wat te vinden. Met een metaaldetector verborgen schatten opsporen en uitgraven mag alleen in de verstoorde bovenlaag van de bodem. Lukraak je detector laten piepen en gaten graven leidt misschien tot mooie vondsten, maar het grootste deel van de informatiewaarde is meteen vakkundig vernietigd.

En als je toevallig iets vindt waarvan je vermoedt dat het een archeologisch voorwerp is, dan dien je dat te melden bij de gemeente of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

De stranden op, de lanen in!

Archeologie is leuk. Er is veel te doen voor iedereen. Van fiets- of wandeltochten langs monumenten als grafheuvels of hunebedden, excursies door prehistorische vuursteenmijnen, tot zelf fossielen zoeken op het strand. De zomer is bij uitstek de tijd om hiermee aan de slag te gaan. Ook, of juist vooral, bij druilerig Nederlands zomerweer.

Gerrit Dusseldorp
https://www.universiteitleiden.nl/en/staffmembers/gerrit-dusseldorp#tab-1
Gerrit Dusseldorp is een steentijdarcheoloog. Hij deed voor zijn promotie onderzoek naar het jachtgedrag van Neanderthalers. Daarna verhuisde hij naar Zuid-Afrika om de evolutie van modern menselijk gedrag te bestuderen. Recent ontving hij van NWO een Vidi-beurs om zijn onderzoek uit te bouwen. Naast de evolutie van de mens is hij gefascineerd door het gedrag van krokodillen en hyena’s. En door cricket.