Home > ARTIKEL > Paddenstoelen van eigen bodem: de zwartvlekkende champignon
ARTIKEL

Paddenstoelen van eigen bodem: de zwartvlekkende champignon

Nederland kent duizenden soorten paddenstoelen. Eens in de zoveel tijd worden nieuwe soorten ontdekt die, naast een wetenschappelijke, ook een Nederlandse naam nodig hebben. Jorinde Nuytinck is mycoloog bij Naturalis Biodiversity Center en lid van de commissie Nederlandse namen voor paddenstoelen, een samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse mycologische verenigingen. Op initiatief van deze commissie krijgen alle nieuwe paddenstoelsoorten die in Nederland en Vlaanderen worden gevonden een Nederlandse naam. Elke maand beschrijft Jorinde Nuytinck voor Wetenschap.nu zo’n paddenstoelensoort: ze bespreekt de vindplaats, de kenmerken en hoe de commissie aan de Nederlandse naam voor deze soort is gekomen. Deze maand: de zwartvlekkende champignon.

Zwartvlekkende champignon

Wie denkt dat er in Nederland geen nieuwe soorten meer ontdekt kunnen worden, heeft het mis. En wie denkt dat er enkel nog microscopisch kleine nieuwe soorten te ontdekken vallen, eveneens. In het rijk der fungi – schimmels, zwammen en verwanten – gebeurt het eigenlijk wel vaak. Iemand berekende ooit dat er gemiddeld zeven nieuwe soorten paddenstoelen voor Nederland per maand ontdekt worden. Dat zijn dus zwammen die officieel nog niet eerder in Nederland zijn waargenomen.

Beeld: Jaap Wisman

Toch verbaast het me telkens weer als een grote, opvallende nieuwe paddenstoelensoort ontdekt wordt in Nederland. Een nieuwe soort voor de wetenschap bedoel ik dan, die voor het eerst beschreven en benoemd wordt aan de hand van Nederlandse collecties. Neem nu de Zwartvlekkende champignon: beschreven in 2015 aan de hand van vondsten op dennenhoutsnippers in een tropische kas in Luttelgeest (Flevoland) (1). De hoed van de Zwartvlekkende champignon wordt tot bijna tien centimeter doorsnede, toch geen kleine paddenstoel. De vinder zocht contact met Europese collega’s die champignons bestuderen en kort daarna werd ook in Frankrijk en in het zuiden van Noorwegen op mierenhopen van coniferennaalden dezelfde soort waargenomen. Zwartvlekkende champignon wordt daarom beschouwd als een inheemse soort in Europa, en geen exoot – in tropische kassen groeien die wel vaker. De wetenschappelijke naam Agaricus collegarum – collegarum betekent ‘van de collega’s’ – verwijst naar de samenwerking die ontstond bij het beschrijven van deze nieuwe soort.

Inspiratie voor de Nederlandse naam laat zich makkelijk raden: de hoed en het vruchtvlees worden donkerbruin tot bijna zwart, respectievelijk bij wrijven of bij blootstelling aan de lucht.

Wetenschappelijke naam: Agaricus collegarum
Voorkomen: Voorlopig slechts van 1 plaats gekend
Ecologie: Saprotroof op dennenhoutsnippers in verwarmde kas
Weetje: Microscopische controle nodig voor zekere determinatie
Eetbaarheid: Niet bekend

Bron
(1) Parra, L.A., Wisman, J. et al. (2015) Agaricus collegarum and Agaricus masoalensis, two new taxa of the section Nigrobrunnescentes collected in Europe. Micol. Veget. Medit 30: 3-26.

 

Jorinde Nuytinck
https://science.naturalis.nl/en/people/scientists/jorinde-nuytinck/
Jorinde Nuytinck is mycoloog bij Naturalis Biodiversity Center. Ze doet sinds 2000 onderzoek naar fungi, voornamelijk ectomycorrhiza-vormende paddenstoelen. Ze combineert veldwerk, morfologie, microscopie en DNA-analyses om de evolutie van de enorme soortenrijkdom van het rijk der fungi te ontrafelen.