Home > ARTIKEL > In de lente laten de wilde bijen zich weer zien. Tijd voor de Nationale Bijentelling
Nationale Bijentelling: Grote zijdebij
ARTIKEL

In de lente laten de wilde bijen zich weer zien. Tijd voor de Nationale Bijentelling

Nu de eerste warme dagen van het jaar zijn gekomen, laten ook de eerste wilde bijen zich zien. Helaas in minder grote aantallen dan vroeger. Het gaat niet goed met de wilde bijen en ze worden schaarser in het landschap. Dat is een van de redenen waarom in het weekend van 21 en 22 april een Nationale Bijentelling wordt gehouden. Die helpt ons meer te weten te komen over de wilde bijen.

Door Lisette van Kolfschoten

Het voorjaar is een spannende tijd voor een entomoloog, of insectendeskundige, als ik. Ter voorbereiding van mijn onderzoek naar wilde bijen heb ik vorige week alle veldkleren gerepareerd en gewassen, nieuwe insectenpotjes en spelden besteld en het veldwerk grotendeels ingepland.

Belangrijke bestuivers

Zoals de meeste bijenbiologen hou ik de wilgen in mijn buurt nauwlettend in de gaten . Die vormen een belangrijke bron van stuifmeel voor de voorjaarsbijen en werken als een soort magneet. Frustrerend genoeg staat de wilg op de route naar het werk net te ver weg om met het blote oog de bijen te kunnen checken. Gelukkig gaat dat met een verrekijker prima.

De spanning voel ik al maanden opbouwen. Sinds afgelopen najaar, toen de bijen hun taak hadden volbracht en de toekomstige generatie als larf, cocon of vers bijtje aan de overwintering begon, lees ik resultaten van onderzoeken over de achteruitgang van wilde bijen. Die gaan gepaard met berichten over het nut van bijen als belangrijkste bestuivers. Zonder bijen worden de bloemen van de meeste wilde planten en voedselgewassen minder bestoven. Dit heeft gevolgen voor de zaad en vruchtvorming van die planten.

Ook in Nederland zijn de zorgen groot. Begin dit jaar is er een Nationale Bijenstrategie gelanceerd om vast te beginnen met wilde-bijen-noodhulp. Die strategie is gericht op de bescherming van de wilde bij, honingbij en andere bloemzoekende insecten. Het actieplan moet bijvoorbeeld zorgen voor herstel van biodiversiteit, verbetering van het leefgebied van bijen. Vele partijen waaronder het kabinet, LTO Nederland en Natuurmonumenten hebben de Nationale Bijenstrategie ondertekend.

Nationale Bijentelling: Sachembij (Foto (c) Tjomme Fernhout)
Sachembij (Foto (c) Tjomme Fernhout)

Hoe slecht gaat het met de bijen in Nederland?

In Nederland zijn de meeste wilde bijen afgenomen in hun verspreidingsgebied. We zien bijvoorbeeld de zandhommel alleen nog in groten getale op het eiland Tiengemeten, terwijl die soort vroeger in heel Nederland voorkwam. Dit zijn allemaal tekenen dat het ook in ons land niet goed gaat met de bijen, maar hoe slecht ze ervoor staan, is heel lastig te zeggen.

We hebben in Nederland meer soorten bijen dan bijenexperts die deze soorten allemaal kunnen herkennen. Nederland telt zo’n 350 verschillende soorten wilde bijen en dit maakt een goede inschatting moeilijk.

Ook ik ken ze lang niet allemaal, bijen zijn een ingewikkelde soortgroep en veel soorten bijen lijken op elkaar. De hoogste tijd dus om zo snel mogelijk mijn bijen-herken-skills te verbeteren. Gelukkig is dit geen straf: je moet zo veel mogelijk naar buiten en op zoek naar bloeiende bloemen in de zon. Zie je een bij? Dan probeer je die te determineren aan de hand van een zoekkaart of een determinatie-sleutel.

Achteruitgang en gevolgen

De reden voor deze algemene achteruitgang is een mengelmoes van factoren die overal in de wereld een rol spelen maar in ons dichtbevolkte land zeer sterk zijn. Allereerst hebben we ons landgebruik sterk veranderd. We gebruiken kunstmest in plaats van bodem-verrijkende (bloeiende!) klavers op ons land. We verwijderen zo veel mogelijk onkruid waarmee we het voedselaanbod voor de bijen drastisch verminderen. Verder houden we de boel te netjes waardoor de wilde bijen geen hout, graspol of hoopje bladeren meer kunnen vinden om hun nest in te bouwen of in te overwinteren. Als laatste komen rondvliegende bijen in aanraking met de insecticiden die op het land gebruikt worden. Die hebben, aangezien bijen ook gewoon insecten zijn, direct invloed op hun gezondheid.

Wat er precies gaat gebeuren als de aantallen bijen straks te veel zijn afgenomen, is nog niet duidelijk. Door hun belangrijke rol als bestuivers valt te verwachten dat die afname effect zal hebben op de plantengemeenschap. Misschien verdwijnen er planten uit het landschap en gaat de kwaliteit van het voedsel dat we verbouwen achteruit. Aan de andere kant blijkt de natuur vaak flexibel en misschien nemen de overgebleven bijensoorten het werk van de verdwenen soorten over. Een ding is zeker, uitgestorven soorten ben je voor altijd kwijt. Daarom is het belangrijk om zuinig te zijn op de bijen. Ook al moeten de precieze gevolgen nog blijken uit meer onderzoek.

Nationale bijentelling. Wat zoemt er in je achtertuin?
Nationale bijentelling. Wat zoemt er in je achtertuin? (Beeld: Nederland zoemt)

Nationale bijentelling

De zorgen over de toekomst van de bij leven ook onder niet-kenners. Een ongelofelijk aantal initiatieven verspreid over het hele land, zet zich komende tijd in voor de bijen. Gemeenten leggen bloemrijke gebieden aan en bouwen bijenhotels. Particulieren passen hun tuinen aan en houden de boel wat rommeliger om de bijen nestel- en overwintergelegenheid te bieden. Stuk voor stuk prachtige initiatieven die de omgeving geschikter maken voor de bijen, los van hoe goed het nu met ze gaat.

Om te kijken hoe de wilde bijen ervoor staan, kan iedereen op 21 en 22 april meedoen aan de Nationale bijentelling. Je helpt mee aan het onderzoek naar de wilde bijen door een half uur de bijen van je eigen tuin te tellen en in te voeren op de website. Door op zo veel mogelijk plekken in het zelfde weekend de voorjaarsbijen te tellen, krijgen wij als onderzoekers een beter beeld van hun aantallen en verspreidingsgebied.

Dit jaar zet vrijwel iedereen zich in voor de wilde bijen. Hopelijk kunnen we écht wat beteken voor deze wollige bestuivers. De eerste voorjaarsbijen zijn inmiddels gesignaleerd en als het aan de grote zijdebijen ligt, komen er komende tijd een flink aantal nieuwe bijtjes bij. Ondertussen zetten wij onderzoekers ons in om zo veel mogelijk kennis te vergaren om de bijen beter te kunnen helpen. De komende maanden speur ik alle bloemen af en ga alles determineren en invoeren wat ik zie. Op die manier hoop ik de verschillende soorten snel te leren herkennen en uiteindelijk het bijenkennisfront te versterken.

Fotocredits:
Alle foto’s van bijen zijn gemaakt door natuurfotograaf Tjomme Fernhout. Met toestemming gebruikt. Bekijk meer foto’s op zijn website.

Lisette van Kolfschoten
https://www.naturalis.nl/
Lisette van Kolfschoten is bijenbioloog en groot liefhebber van kleine beestjes. Tijdens haar studie onderzocht ze verschillende bij-vriendelijke zaadmengsels en werkt nu als onderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center. Lisette is zo veel mogelijk in het veld om diversiteit te bestuderen. Met slecht weer kijkt ze graag naar haar huisdierinsecten: rozenkevers, bidsprinkhanen en miljoenpoten.