Ook zo klaar met circulerende onwaarheden en fake news? Het zal u niet verbazen dat ook over bijen een aantal hardnekkige mythes de ronde doen. Het wordt tijd dat die een voor een worden opgehelderd. Nu de eerste bijen van het jaar zich laten zien, lijkt het mij de hoogste tijd voor een aantal blogs waarin ik u voor eens en altijd met de waarheid bewapen. Zo kunt u voortaan met een gerust hart genieten van de rijkdom van de bijenwereld.

Het gaat slecht met de bijen in Nederland maar met welke bijen dan precies? Soms gaat het over wilde bijen dan weer over hommels en soms wordt er gewoon gesproken van dé bij. Heel verwarrend allemaal. In deze blog leg ik graag haarfijn uit hoe het precies zit met alle bijen in Nederland.

Bijen en vegetarische wespen

In Nederland hebben we ongeveer 350 verschillende soorten bijen. Om even een beeld te geven: dit is maar een fractie van de meer dan 20.000 soorten die over de hele wereld te vinden zijn. Al deze soorten hebben 6 poten, 4 vleugels, en hebben nectar en stuifmeel nodig als voedsel. Ook hebben alle vrouwtjesbijen in Nederland een angel en kunnen dus in meer of mindere mate steken (meer hierover in de volgende blog). Waarom hebben alleen de vrouwtjes een angel? Bijen zijn verwant aan wespen. Officieel zijn de bijen zelfs een tak binnen de grote groep van de graafwespen die net als de meeste bijensoorten solitair leven en een klein nestje maken.

Bijen hebben zich ongeveer 130 miljoen jaar geleden afgesplitst van de rest van de graafwespen, wat gepaard ging met een overgang naar een vegetarisch bestaan. Waar wespen insecten vangen om hun larven mee te voeren, zijn de bijen voor hun babyvoeding overgestapt op stuifmeel van bloemen.

Kleine wolbij

De Kleine wolbij

Wilde-bijengroepen in Nederland

Die 350 soorten bijen van Nederland zijn in grotere groepen onder te verdelen. In elke groep zitten meerdere soorten zoals bijvoorbeeld in de groep van de hommels waar iets meer dan 20 soorten hommels, zoals de weidehommel, steenhommel en de akkerhommel. De tabel hieronder geeft een overzicht van de veelvoorkomende groepen in Nederland. Als u meer over de groep wilt weten kunt u op de naam klikken. Hiervan leven de meesten solitair, met een mannetje en een vrouwtje. Sommige soorten leven sociaal, met een koningin, werksters en mannetjes (hierover in een volgende blog meer).

De koekoeksbijen (in de derde kolom) verzamelen niet zelf het stuifmeel voor hun larven, maar ze zijn sluw en leggen hun eitjes in het nest van een andere bijensoort. Zo neemt de gewone koekoekshommelkoningin het nest van een akkerhommelkoningin over, door de koningin te doden en zelf eitjes te leggen die door de akkerhommelwerksters verzorgd worden. Een grote bloedbij gaat op zoek naar het nest van de grote zijdebij om daar eitjes in te leggen. Die komen eerder uit dan die van de zijdebij. Het is belangrijk om te weten dat ongeveer een kwart van de totale 350 wilde bijen in Nederland zo’n parasitair leven leidt. In de toekomst schrijf ik nog een apart blog over de koekoeksbijen.

ZijdebijenTronkenbijenBloedbijen
MaskerbijenKlokjesbijenWespbijen
ZandbijenMetselbijenViltbijen
GroefbijenBehangersbijenRouwbijen
DikpootbijenLanghoornbijenKoekoekshommels
SlobkousbijenSachembijenKegelbijen
PluimvoetbijenHoutbijenTubebijen
WolbijenHommels

In dit grote overzicht is eigenlijk al te zien dat hommels een eigen groep binnen de wilde bijen vormen. Hommels zijn dus inderdaad bijen. Je zou zelfs kunnen stellen dat het de bekendste wilde bijen zijn. Met hun herkenbare uiterlijk, hun grote formaat, diepe zoem en wollige kleurrijke ‘vacht’ zijn het vaak een van de eerste wilde bijen die mensen kennen.

Wat bedoelen we dan met dé bij?

‘Dé bij’ is een van de meest verwarrende uitspraken binnen het hele bijenverhaal. Zoals ik net heb uitgelegd hebben we heel veel soorten bijen. Er bestaat dus niet zoiets als dé bij. De bijensoort waar vaak op gedoeld wordt is de honingbij, een bij die ik tot nu toe nog niet heb genoemd.

In Nederland hebben we slechts een soort honingbij, Apis mellifera, en dit is een beetje een geval apart. Honingbijen worden verzorgd door imkers. Zij zijn door mensen in Nederland geïntroduceerd vanwege, de naam zegt het al, de honing. Deze soort leeft sociaal, in een groot volk. De honingbijenkoningin produceert een enorme hoeveelheid dochters (werksters) die grote hoeveelheden nectar verzamelen om vervolgens te concentreren tot honing. Die honing gebruikten de honingbijen oorspronkelijk om de winter door te komen, wanneer bloemen met nectar schaars zijn.

Dit overwinteren is precies de reden waarom de wilde bijen in Nederland geen honing maken: wilde bijen in ons land overwinteren namelijk niet. Ze zijn als volwassen dier maar een seizoen actief en sterven dan. De jonge bijen die pas het volgende jaar in actie komen, overwinteren in de bodem of in een bedje van plantenresten. Ze hebben dus in tegenstelling tot de honingbij geen wintervoorraad voedsel nodig. Ze verzamelen alleen voedsel voor de larven en om te kunnen vliegen.

Europese honingbij

Europese honingbij (Apis mellifera)

Bedreigingen

Als het gaat om de bedreigingen van ‘dé bij’, bedoelen mensen vaak weer alle bijen tezamen: wilde bijen en de honingbij. Dit is verwarrend, omdat sommige bedreigingen alleen voor honingbijen gelden zoals bijvoorbeeld de varroamijt. Maar alle bijen hebben last van het veranderende landschap en het gebruik van pesticiden. Wilde bijen zijn vaak kwetsbaarder voor deze bedreigingen. Ze leven solitair of in veel kleinere kolonies en worden niet bijgevoerd of verzorgd door een imker.

Kortom, er is meer dan alleen dé bij en dé hommel. Al die verschillende soorten bijen zijn een belangrijk deel van onze Nederlandse natuur. Ze bestuiven de ongeveer 80 procent van onze wilde planten en 60 procent van onze voedselgewassen. Daarnaast zijn ze zelf ook weer voedsel voor bijvoorbeeld insectenetende vogels. Het is dus heel belangrijk dat wij met z’n allen dé wilde bijen beschermen. En het is volgens mij belangrijk om te weten waarop je precies zuinig moet zijn en daarom herhaal ik het nog een keer. Hommels zijn zeker bijen, net als het vosje en het roodgatje, het zilveren fluitje en het geeltipje.

Alle foto’s van bijen zijn gemaakt door natuurfotograaf Tjomme Fernhout. Met toestemming gebruikt. Bekijk meer foto’s op zijn website.