Home > ARTIKEL > Voor het Japan van de achttiende eeuw waren Hollanders maar vreemde wezens
Plattegrond van Deshima via Koninklijke Bibliotheek van Nederland
ARTIKEL

Voor het Japan van de achttiende eeuw waren Hollanders maar vreemde wezens

‘Hun ogen glinsteren en hun wenkbrauwen zijn roodachtig. Hun huid is heel erg wit. Ze scheren hun hoofd en dragen pruiken’, stelt een Japanse geograaf in de achttiende eeuw. In de ogen van Japanners zijn Hollanders maar rare jongens over wie vreemde verhalen de ronde doen, blogt Japan-kenner Aafke van Ewijk.

De beschrijving van die onbekende Nederlanders is afkomstig van de Japanse geograaf Nagakubo Sekisui (1717-1801). Sekisui reisde naar de Nederlandse handelspost in Nagasaki en beeldde een boekhouder (met pruik en ganzenveer) van de VOC af in zijn reisverslag Dagboek van Nagasaki (1767).  De bijbehorende illustratie van zo’n exotische Nederlandse meneer is momenteel te zien op de tentoonstelling Japan in kaart in Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden.

Nederland was van de zeventiende eeuw tot het midden van de negentiende eeuw het enige Westerse land dat toestemming kreeg van de Japanse regering om handel te drijven. De tentoonstelling laat met atlassen, reisverslagen en afbeeldingen zien hoe dit contact zich vertaalde in een wederzijdse interesse voor het in kaart brengen van Japan en de positie van Japan in de wereld. Niet alleen geleerden als Sekisui waren geïnteresseerd in Nederland. Het algemene publiek in Japan omarmde Nederland als een vermakelijke rariteit.

Japan in kaart
Japan in kaart (Foto: Japanmuseum Siebolthuis Leiden)

Roodhaar-land

Laten we afreizen naar de late achttiende eeuw, en met onze ‘glinsterende ogen’ kijken naar het beeld dat de Japanners hadden van de Nederlanders. Omdat de handel met Westerse landen beperkt was tot Nederland, werd de bestudering van wetenschappelijke kennis uit het Westen rangaku of ‘Nederlandkunde’ genoemd. Die studie was vooral populair in de achttiende en vroege negentiende eeuw. Hij bestond bijvoorbeeld uit geneeskunde, cartografie, astronomie, en technologische ontwikkelingen uit Europa.

Nederland wordt in het Japans oranda genoemd. In vroegmodern (1600-1868) Japan komt ook wel de benaming kōmō of ‘rood haar’-land voor. Op prenten zien we vaak roodharige Nederlanders met grote neuzen. Ook de exotische gewoonten (stoelen, bestek), bijzondere objecten en dieren (bijvoorbeeld kamelen) die zij meenemen, zijn afgebeeld en raken bekend onder een breed publiek. Hier blijft het niet bij. In sommige boeken kun je zelfs vinden dat Nederlanders plassen als hondjes, met één been omhoog.

Misverstanden over de Hollanders

De vooraanstaande Nederlandkundige Ōtsuki Gentaku (1757-1827) vindt dat het de spuigaten uitloopt. In het boek Opheldering van misverstanden over de Hollanders (1797) gaat hij in op de indianenverhalen die de ronde doen. Hij beschrijft de eetgewoonten (vlees, wijn en bier) van de Nederlanders, het feit dat ze jong sterven, hun vermeende tabaksverslaving (deze zaken worden niet met elkaar in verband gebracht), bijzondere objecten zoals de erekiteru - een elektrostatische generator - en de zwarte slaven die zij meebrengen.

Gentaku behandelt ook de vraag: "Men zegt dat de Hollanders geen hielen hebben en dat hun ogen op die van dieren lijken en dat alle mensen groot zijn. Is dit waar?" Als expert antwoordt hij dat het volkomen vanzelfsprekend is dat mensen die duizenden kilometers verderop wonen, er anders uitzien. 'Er is echter geen enkel verschil in de fundamentele samenstelling van hun lichaam', schrijft hij. De vergelijking met dierenogen kan hij ook niet waarderen. Dat idee komt voort uit de verachting voor mensen die er anders uitzien dan je gewend bent. ‘En hoe kun je lopen zonder hielen? Deze vragen zijn te belachelijk voor woorden’, zo besluit hij.

Er is dus genoeg te bespreken over die Nederlanders: ze zien er anders uit, ze brengen rare dingen mee en gedragen zich anders. Weinig Japanners hebben daadwerkelijk contact met hen en dat laat ruimte voor verzinsels.

Nep-Nederlandkundigen

Het algemene publiek informeert zich over Nederland en andere exotische landen door werken van ‘populair wetenschappelijke’ aard of fictieve verhalen te lezen. Onderstaande afbeelding is een aardig portretje van Nederland uit een vijfdelige boekenserie genaamd Geïllustreerd overzicht van vreemde landen (1799). De auteur maakt gebruik van informatie uit de toen beschikbare encyclopedieën, maar geeft in de inleiding toe dat hij ook leugens verkondigt. Dat is handig om te weten. Het is misschien niet helemaal waar dat Engeland bekend staat om zijn vuur-etende tropische vogels.

Overzicht vreemde landen
Een man, vrouw en kind in een fictief landschap. De grote neuzen zijn stereotiep. Bron: Geïllustreerd overzicht van vreemde landen, 1799. Waseda University Library.

Pas in het derde deel van de serie maakt de lezer kennis met Nederland. Dat zegt veel over de manier waarop Japanners uit die tijd naar Nederland kijken. Oranda heeft zeker geen benijdenswaardige positie. Hoewel Nederlandkunde een gerespecteerde bezigheid is in bepaalde wetenschappelijke kringen, zijn de Nederlanders zelf in principe barbaren. Hun gebruiken liggen ver af van die van Japan en China, dat lange tijd als bakermat van de civilisatie wordt gezien in Japan.

Nederlanders doen overigens precies hetzelfde. De onderwerpen die de Nederlandse media halen, zijn de verhalen die het publiek verwacht over Japan. Exotisch, mystiek, traditioneel en tegelijkertijd hypermodern. Een urban jungle en entertainment in al haar extremiteiten. Dit idee wordt niet alleen op Japan geprojecteerd, maar ook door Japan zelf handig gebruikt voor de marketing.

Japan in kaart

De tentoonstelling Japan in kaart in het Siebolthuis neemt je mee terug naar de tijd dat Japan nog bezig was met de ontdekking van het eigen land en het formuleren van haar grenzen. De cartografische ontwikkelingen, mogelijk gemaakt door mondiale samenwerking. speelden daarbij een grote rol.

Fascinerend zijn de landkaarten in vogelvluchtperspectief. Ze houden het midden tussen een kaart en een landschapsprent en stimuleren het beeld van Japan als een coherent gebied. Op een kaart van de Tōkaidō, de 500 kilometer lange hoofdweg tussen Tokio en Kyoto waar nu de hogesnelheidstrein in 2,5 uur langs raast, zie je de buitenproportioneel grote berg Fuji. Toen was de berg al een symbool van de hoofdstad en de centrale macht, en is nu niet meer weg te denken uit toeristische folders en reisgidsen. De ontwerper is Katsushika Hokusai (1760-1849), een van de prentkunstenaars die Vincent van Gogh inspireerde.

Ook interessant zijn de persoonlijke, handgeschreven toevoegingen op gedrukte kaarten. De naamgever van het Sieboldhuis, de arts Philipp Franz von Siebold (1796-1866) verzamelde een deel van de tentoongestelde kaarten. Hij gaf op een kaart van Edo (het huidige Tokio) zijn route door de stad aan met stippellijntjes. Het was het voorjaar van 1826. Kaarten verzameld tijdens deze reis naar de hoofdstad waren later de aanleiding voor zijn verbanning uit Japan. De rest van dit spannende doch tragische verhaal kunt u het best in het Sieboldhuis gaan ontdekken.

Foto boven artikel via: https://www.kb.nl/themas/geschiedenis-en-cultuur/koloniaal-verleden/nederland-en-japan-400-jaar-handel

Aafke van Ewijk
https://www.universiteitleiden.nl/en/staffmembers/aafke-van-ewijk#tab-1
Ik ben promovenda aan de Universiteit Leiden en doe onderzoek naar Japanse kinderliteratuur en de verbeelding van nationale helden in de negentiende en vroeg twintigste eeuw. Ik blog over mijn onderzoek, en over diverse onderwerpen uit de Japanse cultuur, over modern en historisch Japan. Onderzoek naar diverse culturen is zowel nuttig als razend interessant. Ik wil met deze blog een meer divers beeld van Japan geven.