Home > ARTIKEL > Paddenstoelen van eigen bodem: de Kleibosbraakrussula
Beeld: Jaap Wisman
ARTIKEL

Paddenstoelen van eigen bodem: de Kleibosbraakrussula

Nederland kent duizenden soorten paddenstoelen. Eens in de zoveel tijd worden nieuwe soorten ontdekt die, naast een wetenschappelijke, ook een Nederlandse naam nodig hebben. Jorinde Nuytinck is mycoloog bij Naturalis Biodiversity Center en lid van de commissie Nederlandse namen voor paddenstoelen, een samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse mycologische verenigingen. Op initiatief van deze commissie krijgen alle nieuwe paddenstoelsoorten die in Nederland en Vlaanderen worden gevonden een Nederlandse naam. Elke maand beschrijft Jorinde Nuytinck voor Wetenschap.nu zo'n paddenstoelensoort: ze bespreekt de vindplaats, de kenmerken en hoe de commissie aan de Nederlandse naam voor deze soort is gekomen. Deze maand staat de Kleibosbraakrussula centraal.

Kleibosbraakrussula

De Kleibosbraakrussula werd voor het eerst in Nederland gevonden in 2012, dicht bij Utrecht, onder een eik op een kalkrijke kleibodem. Het meest tot de verbeelding sprekende deel van de Nederlandse naam is wellicht ‘braak’. Er komen vijf verschillende soorten braakrussula’s voor in Nederland, waaronder enkele algemene soorten.

Hoewel braakrussula’s prachtige paddenstoelen zijn met witte stelen en plaatjes en felrood gekleurde hoedjes, is het eten ervan absoluut niet aan te raden. Naast braken kunnen ook andere onaangename effecten optreden als diarree en buikkrampen. Dodelijk giftig zijn braakrussula’s echter niet. Even een klein stukje proeven en weer uitspuwen kan dus wel. Het is een ervaring die je niet snel vergeet, de zeer scherpe smaak blijft nog een tijdje hangen: een grapje die menig paddenstoelengids wel eens uithaalt met zijn publiek, en ik heb me daar ook al schuldig aan gemaakt.

In sommige Oost-Europese landen en in Rusland worden braakrussula’s wel gegeten. Ze worden dan eerst kort gekookt, het kookwater wordt weggegoten en vervolgens worden de paddenstoelen gepekeld of ingezout. De naam van het geslacht russula is overgenomen van de wetenschappelijke naam Russula, en zou afgeleid zijn van een Latijns woord voor rood, russus. Overigens zijn niet alle van de ongeveer 140 soorten russula’s die in Nederland voorkomen rood gekleurd op de hoed. Groen, geel, bruin, grijs, roze, wit, paars en heel veel tussenvormen bestaan ook.

Wetenschappelijke naam: Russula rhodomelanea
Voorkomen: Eén keer met zekerheid gevonden in Nederland, dicht bij Utrecht. Komt ook in Vlaanderen voor
Ecologie: Leeft in een ectomycorrhizasymbiose samen met eiken of haagbeuken
Weetje: Belangrijk veldkenmerk is het langzaam grijs verkleuren van de steel, microscopische controle nodig voor zekere determinatie
Eetbaarheid: Niet eetbaar

Jorinde Nuytinck
https://science.naturalis.nl/en/people/scientists/jorinde-nuytinck/
Jorinde Nuytinck is mycoloog bij Naturalis Biodiversity Center. Ze doet sinds 2000 onderzoek naar fungi, voornamelijk ectomycorrhiza-vormende paddenstoelen. Ze combineert veldwerk, morfologie, microscopie en DNA-analyses om de evolutie van de enorme soortenrijkdom van het rijk der fungi te ontrafelen.