Home > ARTIKEL > Waar komt de feitenstrijd vandaan? Een hypothese
ARTIKELOPINIE

Waar komt de feitenstrijd vandaan? Een hypothese

‘Is dat wel zo?’ In zijn welkomstpraatje tijdens de introductieweek van 2007 stelde Paul van der Heijden dat dit de belangrijkste vraag is die je als academicus kunt stellen. De toenmalig Rector Magnificus van de Universiteit Leiden hoopte dat de kersverse eerstejaars studenten hun studententijd vooral gebruikten om kritisch denken te ontwikkelen. Inmiddels verspreidt het kritisch denken zich als een olievlek. Helaas verschillen de opvattingen over wat kritisch denken betekent. Waar de een zijn eigen denken kritisch beschouwt, richt de ander zijn kritiek op de autoriteiten. Ik denk dat hierin de oorsprong van het feitenverschil dat de samenleving in toenemende mate verdeelt.

In de afgelopen jaren heb ik mij steeds vaker verbaasd over de positie van de feiten in het maatschappelijk debat. Tot enkele jaren geleden kon je discussiëren over verschillen in meningen die ontstonden door een verschil in waardering van de feiten. Nu zijn het de feiten zélf die ter discussie staan. Het gaat niet meer om een meningsverschil, maar om een feitenverschil. Een zinvol gesprek over meningen is daarmee onmogelijk. De Amerikaanse president Donald Trump en zijn equivalenten aan deze kant van de Atlantische Oceaan lijken heel goed te kunnen leven met alternatieve feiten.

Alternatieve feiten zijn een contradictio in terminis. Van Dale stelt dat een feit een gebeurtenis of omstandigheid is waarvan de werkelijkheid vaststaat. In de quantummechanica bestaat superpositie, subatomaire deeltjes kunnen op meerdere plekken tegelijk zijn. In de wereld van alledag kan dat niet. Iets kan niet waar én onwaar tegelijk zijn. Daarom heeft er altijd iemand ongelijk bij het antwoord op de vraag of vaccinaties autisme veroorzaken, of door de mens uitgestoten CO2 bijdraagt aan klimaatverandering en of gluten schadelijk zijn voor mensen zonder glutenallergie of -intolerantie.

Wantrouwen ten aanzien van het eigen denken

Iets is waar of onwaar, maar of je dit accepteert, hangt sterk af van de waarde die je hecht aan de manier waarop de waar- of onwaarheid is vastgesteld. Op basis van wat wetenschappelijk bekend is en mijn persoonlijke ervaring, ga ik ervan uit dat de waarde van het menselijk brein als instrument om de waarheid vast te stellen betrekkelijk is. Ons denkapparaat geeft ons een vertekend beeld van de werkelijkheid door diverse biases, vooroordelen en generalisaties. Echt rationeel denken vereist kennis over de beperkingen van je eigen denken en handvatten die je helpen die beperkingen te overwinnen. En bovendien moet je bereidheid zijn het eigen ongelijk in te zien als je geconfronteerd wordt met betere argumenten.

Ook in onze maatschappij zijn mechanismen ingebouwd die ons beschermen tegen bevliegingen die zijn ingegeven door de emoties van het moment. Tegen lynchpartijen, tegen hetzes, tegen eigenrichting, tegen geschiedvervalsing en tegen de dictatuur van de meerderheid. De wetenschap, rechtspraak en journalistiek proberen op onafhankelijke, transparante, objectieve en controleerbare wijze de werkelijkheid vast te stellen.

Ons past enige bescheidenheid als het over onze kennis gaat. Ik wantrouw mijn eigen beoordelingsvermogen als het gaat over zaken die buiten mijn directe expertise liggen. In dat geval vertrouw ik op de wetenschap, journalistiek en rechtspraak. Wie ben ik om de experts van het Voedingscentrum, het RIVM en het IPCC tegen te spreken? In principe ga ik uit van de integriteit van kwaliteitsmedia, zie ik de wetenschappelijke consensus als de dichtst mogelijke benadering van de feiten en vertrouw ik erop dat rechters zo objectief mogelijk tot hun oordeel komen. Fraude, belangenverstrengeling en machtsmisbruik komen voor (en moeten hard aangepakt worden), maar ik zie die als uitzonderingen.

Dit maakt het moeilijk te begrijpen dat mensen klimaatverandering ontkennen, beweren dat de aarde plat is of geloven dat kinderen autisme krijgen van vaccinaties. Geruime tijd dacht ik deze standpunten toe te kunnen schrijven aan een gebrek aan intelligentie. Dat is niet langer houdbaar. Wetenschappelijk aangetoonde onjuistheden winnen ook onder hoogopgeleiden aan populariteit. Ongetwijfeld ontpopten een aantal van de studenten die in 2007 door de Leidse Rector Magnificus werden toegesproken zich tot antivaxers, klimaatsceptici en glutenweigeraars. En dit uit naam van het kritisch denken.

Wantrouwen tegen de autoriteiten

Waar ligt het aan als een gebrek aan intelligentie niet de oorzaak is? Na een uitvoerige discussie met iemand die mijn uitgangspunt vermoedelijk als naïef zal typeren, kom ik tot een mogelijke verklaring. Als je uitgangspunt is dat het enige waar je echt op kunt vertrouwen je eigen denken is (cogito ergo sum) en je de experts a priori wantrouwt (ze zijn gedreven door belangen, uit op macht en onderdrukking van het volk), krijg je een heel andere blik op de wereld. Daardoor acht je je in staat om zelf de waarheid te vinden. Ook, in het geval van klimaatverandering, als die ingaat tegen de bevindingen van 99 procent van de wetenschappers. Misschien is de mening van die 1 procent juist wel aantrekkelijker, want dat zijn de echt kritische denkers die niet aan de leiband van de macht liggen.

Daar komt nog iets bij: het Dunning Kruger effect. Mensen die weinig van iets weten overschatten hun eigen kunnen en mensen die veel van iets weten onderschatten hun eigen kunnen juist. Expertise maakt nederig. ‘Hoe meer je weet, hoe meer je weet dat je niks weet,’ luidt een Socratische wijsheid. Zodoende druist het tegen de aard van de wetenschapper in om zich stellig in de strijd om de publieke opinie te storten. Ze zien hoe relatief hun kennis is en zullen pas iets beweren als ze 100 procent zeker zijn dat het klopt. Tegelijkertijd weten ze dat de modellen die nu de data het best beschrijven over honderd jaar als belachelijk zullen worden gezien. Andersom zullen mensen die in de eerste plaats op hun eigen kritisch denkvermogen vertrouwen, eerder overtuigd zijn van hun eigen gelijk en het volledige retorische arsenaal inzetten in de strijd om de publieke opinie. In het debat wint de stelligheid het al snel van de nuance.

Internet en sociale media werken bovendien als katalysator. Mensen die overtuigd zijn van hun eigen gelijk, zullen zich eerder roeren in blogs, op Twitter en Facebook. Hier poneren ze wat ze als feiten zien met absolute zekerheid. Omdat niemand je helpt bij het scheiden van zin en onzin, kom je als beginnende twijfelaar op Google de verhalen van beroepscriticasters tegen die met stellige bewoordingen en met op het oog overtuigende argumenten jouw twijfel bevestigen. Op gelijke hoogte tref je de (als het goed is) genuanceerde en veel minder sexy verhalen van onderzoekers die de wetenschappelijke consensus vertegenwoordigen. In deze jungle van experts en schijnexperts, hele, halve en onwaarheden kun je de onderbouwing voor iedere overtuiging bij elkaar shoppen. Intelligentie zit je hierbij eerder in de weg dan dat het je helpt. Hoe meer rekencapaciteit je in je bovenkamer hebt, hoe beter je in staat bent om je tunnelvisie in stand te houden. Hoe beter je in staat bent om je eigen gelijk te bewijzen.

Verschil in opvatting over wat feiten zijn, is terug te voeren op verschil in wat je onder kritisch denken verstaat. Ben je kritisch op je eigen denken of ben je kritisch op de experts? Volgens de een is het welvaren van de democratie afhankelijk van wetenschap, rechtspraak en journalistiek. De bewakers van de feiten. Volgens de ander zijn dit juist de instituties die de burger in het gareel houden door als feiten verpakte leugens te verstrekken. Voor hen is de bevrijding van het individu uit hun klauwen precies wat nodig is om de democratie te redden. Dit is een akelige patstelling.

Feitenstrijd

Vermoedelijk kunnen we aan weerszijden van de kloof wat van elkaar leren. Blind vertrouwen op de autoriteiten is niet gezond. Ze moeten ons vertrouwen wel verdienen. Zo zou de wetenschapsjournalistiek aanzienlijk kritischer mogen zijn op de wetenschap. Misschien is dat wel een van de winstpunten van de huidige feitenstrijd. Die maakt ons scherper op de juistheid van de argumenten en dat komt het debat ten goede.

Voor mij is de toenemende losse omgang met de feiten reden om mijn vak serieuzer dan ooit te nemen. We mogen het verdraaien van de feiten niet onbenoemd laten passeren. Het is de taak van journalisten om opzichtige leugens te blijven ontmaskeren en te voorkomen dat we gewend raken aan alternatieve feiten. Met Rosanne Hertzberger en Ionica Smeets hoop ik dat veel meer wetenschappers zich in het debat mogen mengen om onwaarheden te bestrijden en de waarde van wetenschap te laten zien. En dan niet kort door de bocht. Dat doet het vertrouwen in de wetenschap geen goed. Maar wetenschappelijk verantwoord.

Of we zo uit deze impasse raken weet ik niet. Misschien wacht ons land wel de verlammende verdeeldheid van de VS. Wat in ieder geval niet helpt is, dat we elkaar over en weer als achterlijk blijven bestempelen. We moeten elkaar proberen te begrijpen. Ik heb hier een poging gedaan, ik ben erg benieuwd naar andere zienswijzen.

Hermen Visser
https://www.scienceonair.com/
Mijn naam is Hermen Visser. Rode draad in mijn werk is het vertellen over wetenschap en wetenschappers daarbij helpen. Dat doe ik als wetenschapsjournalist, presentatie- en mediatrainer, mede-eigenaar van Science ON AIR en uitgever van wetenschap.nu.